Alarmklokken in vrouwenwielrennen

Het zijn de jaren waarin de allerjongsten naar de allerhoogste prijzen grijpen. Of het nu Tedaj Pogacar (22 jaar), Remco Evenepoel (20), Egan Bernal (23) of Marc Hirschi (22) is; wat goed is komt snel. De periode dat je in het profmilieu jaren moest rijpen voordat je voor de prijzen kon meedoen, ligt achter ons. De veel professionelere begeleiding en de uitgekiende talentscouting hebben voor een verjongingskuur aan de absolute top gezorgd.

Tenminste wat de mannen betreft. Bij de vrouwen zijn het juist de dertigplussers die de wedstrijden blijven dicteren. Annemiek van Vleuten (37 jaar), Marianne Vos (33), Anna van der Breggen (30), Lisa Armitstead (31), Ellen van Dijk (33) en o.a. Kirsten Wild (37) winnen nog altijd hun koersen en nieuw talent is op één hand te tellen. De door een zware valpartij uittredende wereldkampioene tijdrijden van Yorkshire Chloe Dygert-Owen (23) is een uitzondering op het hoogste niveau.

Annemiek van Vleuten op weg naar haar wereldtitel in Yorkshire 2019.
FOTO: RAYMOND KERCKHOFFS

Het tekent dat het vrouwenwielrennen bij lange na niet zo ver ontwikkeld is als het mannenwielrennen. Ook is er geen logische doorstroming van de junioren naar de elite-vrouwen. Wielrensters ouder dan 18 jaar belanden in een gapend gat. Waar bij de mannen de U23 beloften een serieuze categorie is waar o.a. door de WorldTour-formaties veel geld in wordt geïnvesteerd, belanden de jonge rensters tussen wal en het schip.

Veel talent gaat verloren omdat er geen fundament is om meiden van 19, 20, 21 en 22 jaar op te vangen. Wanneer je van de junioren de overstap naar de elite-vrouwen maakt, krijg je nauwelijks de aanpassingstijd, maar word je direct door Van Vleuten en o.a. Van der Breggen in gruzelementen gereden. De rekensom dat er slechts zo’n 70 vrouwen in het elite-peloton hun boterham op de fiets verdienen, doet veel talenten besluiten om dan met wielrennen te stoppen.

Ook Nederland moet zich richting de toekomst niet rijk rekenen in het vrouwenwielrennen. Waar het oranje nu nog de wereldtop kleurt, staan er in de top-100 van de UCI-ranking slechts één renster onder de 23 jaar: Lorena Wiebes (21). Al hebben de 23-jarigen Demi Vollering (66ste) en Yara Kastelijn (78ste) natuurlijk ook nog de toekomst voor zich.

Vrouwenploeg van Parkhotel Valkenburg tijdens presentatie.
FOTO: RAYMOND KERCKHOFFS

Onder de hoede van Parkhotel Valkenburg hebben Vollering en Wiebes zich de afgelopen jaren kunnen ontwikkelen. Het team van vastgoedmagnaat Jos van de Mortel heeft een grote bijdrage aan de ontwikkeling van talent geleverd. Nadat de ploeg zich de laatste twee seizoenen meer richting de top bewoog, kiest het vanaf 2021 door de overstap van teammanager Esra Tromp naar Jumbo-Visma weer voor de basis.

NTXG Racing, bestaande uit tien rensters uit Nederland, België, Engeland en Zweden waarvan de oudste 21 jaar is, heeft niet meer afgewacht op initiatieven van de wielerbonden, maar is zelf een opleidingsteam begonnen. Oprichtster Natascha Knaven-den Ouden benadrukt dat het Nederlandse vrouwenwielrennen richting de toekomst armoe troef is, omdat de meeste talenten afhaken omdat er een gapend groot gat tussen de junioren en elite-vrouwen is.

NTXG Racing tijdens trainingskamp op Mallorca.

Waarom is er geen WK op de weg voor vrouwen U23, terwijl er wel een WK veldrijden voor deze categorie is? Hoe kan het dat het EK op de weg wel plek maakt voor de vrouwen U23? De door NTXG Racing georganiseerde tijdrit U23 in Chaam met liefst 40 deelneemsters bewijst dat er in Nederland animo genoeg is in deze leeftijdscategorie.  

Juist de doorbraak van zoveel jonge toppers bij de mannen moet in het vrouwenwielrennen de alarmklokken doen luiden. Structureel is er iets mis. De internationale wielerunie UCI en de nationale bonden kunnen wel ‘trots’ op het hoogste niveau het vrouwenwielrennen verder ontwikkelen, wanneer de aanwas stagneert kan de sport nooit de broodnodige stappen zetten.

Het is een mooie ontwikkeling dat er steeds meer grotere koersen op de kalender komen en de forste toename van sponsorbedragen door de komst van bedrijven als Trek, Jumbo, Movistar, SD Worx en o.a. Canyon. De top blijft echter veel te smal. Bij het mannenwielrennen zie je dat de specialismen de laatste jaren alleen maar groter worden. De winnaar van de Tour de France zal geen hoofdrol in de Ronde van Vlaanderen opeisen, terwijl je de beste wielrensters in alle wedstrijden van voren ziet rijden.  

Trainer Louis Delahaije ervaart hoe de ontwikkeling in het mannen- en vrouwenwielrennen een verschil van dag en nacht is. Jarenlang was de Limburger verbonden aan de Rabobank-profformatie. De laatste jaren werkt hij weer voornamelijk met triatleten, maar traint hij op individuele basis ook Van Vleuten en Vos.

Marianne Vos na de Waalse Pijl 2019.
FOTO: RAYMOND KERCKHOFFS

Vanaf 2015 heeft Delahaije langzaamaan met Van Vleuten de omvang van haar trainingen vergroot. Er heerste de veronderstelling dat vrouwen niet zo’n lange trainingen als mannen hoeven te doen omdat hun wedstrijden korter zijn. Door naar de belasting van Van Vleuten te kijken, kon Delahaije jaar na jaar de trainingsuren opvoeren naar zo’n 1000 à 1100 uren. Bijna hetzelfde aantal uren als de mannen doen. De wereldkampioene van 2019 kan die arbeid aan, waardoor ze nu de vruchten van haar intensieve trainingsprogramma plukt.

Waar bij de mannen hoogtestages in de aanloop naar welke belangrijke wedstrijd ook heilig zijn, zijn de vrouwen die hun voorbereiding in oorden als El Teide, Livigno, Sierra Nevada, Kühtai en Tignes afwerken nog altijd op één hand te tellen. Delahaije benadrukt dat je enkele jaren moet investeren in jonge wielrensters met een grotere trainingsarbeid en een professionelere begeleiding voordat dit op jonge leeftijd vruchten afwerpt.

Misschien zou het een optie zijn dat de internationale wielerunie nu de WorldTour-teams gaat verplichten om twee of drie U23 rensters in hun team op te nemen. En dat ieder team in iedere WorldTour-wedstrijd verplicht wordt om minimaal één u23 rensters op te stellen. Al moeten ze dan wel in staat zijn om dit niveau aan te kunnen. Wanneer er iedere koers een DNF (Did Not Finish) achter je naam komt, is de lol er ook snel af.

Jonge rensters neerzetten in een WorldTour-team betekent echter ook automatisch dat je het gros uitschakelt voor de koersen waar ze daadwerkelijk iets te zoeken hebben. Er mogen vanaf 2021 immers slechts drie WT-teams starten in 1.2 koersen en juist dit is het terrein waar talenten hun eigen mogelijkheden kunnen ontdekken.

Jolien d’Hoore en Anna van der Breggen presenteren hun nieuwe sponsor SD Worx.

Meer U23-wedstrijden voor vrouwen op de kalender lijkt een vereiste om de enorme uitstroom van jong talent tegen te gaan. Het is makkelijk van de bonden om achter de huidige toppers aan te lopen en ervan te profiteren. Het zou de beleidsmakers juist sieren wanneer ze de wedstrijdstructuur, ploegen en o.a. training van de jongeren ter hand zouden nemen en daarin gaan investeren. Er moet een plan komen hoe jonge rensters zich moeten aanpassen aan het volwassen niveau en hoe de overstap van de junioren naar elite-vrouwen zo optimaal mogelijk verloopt.

Een mondiale titelstrijd U23 volgend jaar tijdens de WK wielrennen in Vlaanderen kan een eerste belangrijke eerste stap zijn. Wat een kleine stap voor de UCI is, kan een grote stap voor het vrouwenwielrennen zijn.

0 0 vote
Artikelbeoordeling
Abonneren
Abonneren op
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments