Wout van Aert geeft rijles bij Calais

Het zal wel niemand verbazen dat brief nr. 233 naar Wout van Aert gaat. Na drie nederlagen met een gouden randje was het in Calais eindelijk zover. In zijn glanzende gele trui denderde hij als winnaar over de meet. Op de mooiste manier: alleen vooruit.

Dag Wout,

Drie keer tweede. Eén keer eerste. Gele trui. Groene trui. Het kan niet op. Mooier kan de entree in Lille, waar morgen de kasseienrit naar Arenberg van start gaat niet zijn. Dit was genieten met een Grote G.

Iedereen wist waar de slag zou vallen. Op de D940, de kale kustweg die vlak na Onglevert begon. Er was nog 24,1 kilometer te gaan. De vlaggen stonden strak aan de masten. Westenwind stormde zo over het Kanaal in het peloton. Ineos probeerde nog even een waaier te trekken, maar het was vergeefse moeite. Het peloton had voor de derde opeenvolgende dag rust genomen. Niemand had interesse toen Cort Nielsen alweer weg sprong in het vertrek. Alleen Anthony Perez uit Toulouse zag er wel wat in en daarmee was het verhaal van de rit geschreven tot de helling van Cap du Blanc Nez inzicht kwam. Ik vroeg me verbijsterd af waar in hemelsnaam de aanvallers in deze ronde waren gebleven. Drie teams hadden nog geen stuiver verdiend. Opmerkelijk, want er zijn elke dag veertig prijzen. Teams als Arkea van Quintana waren er dus nog niet in geslaagd om zo’n fooitje van 300 euro dat dagelijks voor de nummers 20 tot en met 40 is weg gelegd mee te graaien. Cofidis stond ook nog op nul, maar Perez maakte de eerste notities voor de kassier van de ploeg mogelijk: eerste in de tussensprint en de strijdlustigste coureur van de dag.

Kan een afbeelding zijn van 1 persoon, staan, fiets en buitenshuis
Foto: ASO

Maar goed, dat zal jullie van Jumbo allemaal worst wezen. Gratis bracht het peloton jou en je maten naar de plek waarvan iedereen wist dat de Jumbo’s daar wel eens uit hun hok konden komen. En dat was ook zo. De top van de helling lag na precies 160,7 kilometer op 107 meter hoogte, maar de D940 startte hier niet op zeeniveau, maar een meter of dertig, veertig hoger. . De weg steeg er 7,5 procent met een stukje van zelfs 12 procent. Een klimmetje van niks, maar zoals zo vaak de moeilijkheidsgraad werd door de renners zelf bepaald.

En dat deden de Jumbo’s op briljante wijze. Nathan van Hooijdonk zette zich op kop, zodra de weg begon te klimmen. Hij spurtte voluit tot hij niet meer kon. Tiesj Benoot nam over en versnelde nog eens. In het wiel volgde de gele trui. Adam Yates wist wel waar hij zitten moest. Dus hij reed in derde positie. Vingegaard wist ook hoe laat het was en zat bij de Ineos-kopman aan het wiel. Iedereen wilde mee, maar Geraint Thomas, de Tourwinnaar van 2019 moest een gaatje laten vallen. Zijn ploegmaat en mede-kopman Dan Martinez kon het gat niet dichten. Primoz Roglic kon zijn ploegmaten niet volgen. Nog verder naar achter spartelde Tadej Pogacar, eenzaam en alleen. Geen ploegmaat in de buurt om hem te assisteren.

En toen kwam jouw moment Wout. Het was een ogenblik van grote schoonheid. Met Yates en Vingegaard aan het wiel ging je de laatste 150 sterk stijgende meters in. Op topsnelheid! Of toch niet…? Nee, het kon nog rapper. Je versnelde nog een keer. Yates slaakte een diepe zucht en werd zo uit het wiel gereden. Uit het wiel! Dat is zo ongeveer het meest vernederende dat een coureur van klasse kan overkomen. Vingegaard nam natuurlijk niet over. Ik zag je even aarzelen: moest je Jonas en Adam meenemen of niet? Er was tenslotte een gaatje met de rest van de klassementstoppers. Het was een moment van grote betekenis, want hier werden de huidige krachtsverhoudingen even naar de oppervlakte gehaald. En die luidde: Vingegaard is bergop even sterker dan Roglic. Net zoals in de recente Dauphiné Liberé. Dat Pogacar moest afhaken was verbazingwekkend en dat hij geen ploegmaten meer om zich heen had was ook al opzienbarend.

Maar je aarzelde niet. Het was nog maar elf kilometer naar de meet en de drie opeenvolgende nederlagen in Denemarken speelden ongetwijfeld ook op. Hoe mooi en indrukwekkend die tweede plaatsen ook waren. Wout van Aert is een vent die wil winnen en hier lag die kans voor het grijpen. Dus de elf ging er op en weg was je. In grootse stijl. Bewegingloos over het stuur gebogen. De benen ging rond in een perfect ritme. Steeds verder weg fladderde je in jouw gele tricot. Dit was een groots moment in een al prachtige carrière. Alleen vooruit als leider in de Tour de France. Elke wielrenner droomt van zo’n aanval.

Daar was Sangatte al. Nog 8100 meter te gaan. Voorsprong 15 seconden. Christophe Laporte, die ook al in een supervorm verkeerd, en Vingegaard waren de remmers in de kop van het peloton dat alweer snel compact was geworden. Je kreeg vleugels. Les Salines, nog 5100 meter van de streep, werd gepasseerd met 20 seconden bonus. Bij Blériot Plage, vernoemd naar de vermetele piloot die meer dan een eeuw geleden met zijn fragiele vliegmachine als eerste naar Engeland fladderde, was de marge al opgelopen naar 26 seconden. Er was nog 3,2 kilometer te gaan. Dit kon niet meer fout gaan. Wout van Aert was op weg naar zijn zevende ritzege in de Tour de France. Het was een demonstratie van overmacht en klasse. Het was pure rijles. Je fladderde als een vlinder over de meet. Dat gaf even aan hoeveel plezier je aan deze bijzondere dag beleefde.

Foto: ASO

Tja, Wout ik denk dat je met bijzonder veel genoegen terugkijkt op deze 26ste koersdag van het seizoen. Zesentwintig nog maar, waarvan je zes keer als winnaar over de meet kwam en maar liefst achttien keer een podiumplek bij elkaar reed. Bovendien werd je ook nog eerste in de puntenklassementen van Parijs – Nice en de Dauphiné Liberé. Als er geen rampen gebeuren kan de groene trui in de Tour, waarvan je een hoofddoel had gemaakt, je nauwelijks nog ontgaan.

Fabio Jakobsen reed in Lumbres na 63 kilometer nog naar de derde plek in de tussensprint. Het was een slappe vertoning, waarin jij zelf niet voluit ging. En Fabio trouwens ook niet. Op de streep in Calais waren de machtsverhoudingen totaal anders. Jakobsen kwam wel in de eerste groep aan, maar de slopende 900 meter lange klim van Cap du Blanc Nez hadden hun werk gedaan. Hij had de macht niet meer om mee te spurten: zestiende. Het gat in het klassement groeide daarmee na vier dagen naar liefst 61 punten: 170 tegen 109, terwijl Peter Sagan nog maar 80 punten heeft, goed voor de derde plek.

Missie geslaagd zullen we maar zeggen. Ik ben benieuwd wat er op weg naar Arenberg op de keien gaat gebeuren. Normaal gesproken ben je daar ook de te kloppen man, maar vermoedelijk zal je als piloot voor Roglic en Vingegaard gaan optreden van wie niet bekend is wat zij op de stenen kunnen. Het zijn maar elf stroken, meestal kort en geen Parijs – Roubaix kasseien, maar toch… Pech kan er een grote rol spelen. En bovendien zal hier Mathieu van der Poel wel voor het eerst uit zijn hok komen. Hij moet inmiddels 38 seconden goed maken om in de gele trui te komen. Hij heeft vier ideale dagen achter de rug. Een stevige test in de tijdrit in Kopenhagen en daarna drie ritten op het gemak. Dat moet na zijn totale stilstand na de Giro genoeg zijn om weer over vol koersritme te beschikken.

0 0 votes
Artikelbeoordeling
Abonneren
Abonneren op
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments