Drie grote rondes in één jaar

Deelnemen aan twee grote ronden in één jaar is geen zeldzaamheid, ook niet voor de klassementsrenners. Echter, om in één seizoen de Tour, Giro én Vuelta te rijden (en in alle drie meedoen voor de prijzen) is een ander verhaal. Maar daar had ene Raphaël Geminiani lak aan. Hij fikste het gewoon. Dat gebeurde weliswaar lang geleden, maar juist omdat deze Fransman behoort tot de levende legenden van de wielersport mag die verrichting best nog eens onder het stof van de historie vandaan gehaald worden. Ter verduidelijking, de persoon in kwestie heeft de leeftijd van 94 jaar bereikt. U leest het goed. Vierennegentig!

Twaalf maal nam ‘Gem’ aan de Tour de France deel. Toen hij dat in 1955 voor de negende keer deed, met de zesde plaats als resultaat, had hij dus ook al – zoals in de aanhef weergegeven – de Vuelta én Giro gereden. Daar hoort de aantekening bij dat de Ronde van Spanje destijds nog in het voorjaar werd gehouden. Geminiani eindigde in die Spaanse ronde als derde. In de Giro d’Italia werd hij vierde. Ben je met dergelijke opeenvolgende klasseringen een kanjer? Nou en of. Ik neem aan dat U het met mij eens bent.

Raphaël Geminiani in 1955 zesde in de Tour, derde in de Vuelta en vierde in de Giro. En dat allemaal in één jaar.
FOTO: WIKIPEDIA

Eén keer – in 1951 – sleepte hij in de Tour de tweede plaats uit het vuur, achter de Zwitser Hugo Koblet. Behalve deze tweede plek eiste Geminiani dat jaar de zege in het bergklassement op. Ook werd hij nog eens derde en vierde in de rondrit door Frankrijk, respectievelijk in 1958 en ’50, toen Charly Gaul en Ferdi Kübler met het geel naar huis gingen. Bovendien legde Geminiani op zeven etappe-overwinningen beslag. En net als in de Tour werd hij in de Giro – waaraan hij vijf keer deelnam – gehuldigd als bergkoning. Jawel, ‘Grand fusil’ (een bijnaam) kon er wat van. Een nationale titel beginjaren vijftig ontbreekt trouwens evenmin op zijn erelijst. En toen hij stopte met koersen bleef hij in een andere rol actief, eerst als ploegleider, daarna als columnist, analist en pr-manager. Alles bij elkaar volgde hij in deze laatste functies veertig keer de Tour, mogelijk zelfs vaker.

Momenteel is een zorgcentrum in het dorpje Pérignat-sur-Allier, iets ten zuidoosten van geboortestad Clermont-Ferrand, het tehuis voor de vroegere krijger. Daar hoopt hij straks ook weer de tv-beelden van La Grande Boucle te zien. Want die blijft voor hem een bron van leven, net als de wielersport in het algemeen. ‘Mits de corona-crisis tijdig tot het verleden behoort kan de Tour wellicht de mensen weer net zoveel vreugde geven als in 1947 toen zij laaiend enthousiast de eerste na-oorlogse editie begroetten,’ liet hij onlangs een verslaggever in het eerdergenoemde rusthuis optekenen. ‘Trouwens, ik ben de enige nog levende deelnemer aan die Tour van toen,’ benadrukte hij in dat interview. ‘Ik heb het héél nauwkeurig opgezocht.’ Tussen haakjes, de Ronde van Frankrijk ’47 kreeg honderd renners aan de start. Daartussen zes Nederlanders: Sjefke Janssen uit Elsloo (die als enige landgenoot Parijs zou halen), zijn streekgenoot Sjaak Sijen, de Rotterdammer André de Korver, de Noord-Hollanders Bouk Schellingerhoudt en Arie Vooren, alsmede de in Frankrijk woonachtige ex-Brabander Albert van Schendel. De eindzege ging naar Jean Robic, een Breton.

Raphaël Geminiani kwam weliswaar als Fransman ter wereld, maar zijn ouders hadden die nationaliteit pas kort dáárvoor aangenomen. Zij waren namelijk uit Italië naar Frankrijk verhuisd uit afkeer tegen Benito Mussolini en diens kliek van fascisten in hun vroegere vaderland

De liefde voor de wielersport kwam bij Geminiani junior vroeg tot uiting. Midden in de oorlog werd hij al Frans kampioen bij de nieuwelingen. Tegelijk daarmee maakte het publiek kennis met zijn aanvallende manier van rijden én soepele pedaaltred. Zij zouden kenmerkend voor hem blijven in het verdere verloop van de carrière. Op het einde daarvan ontsnapte hij ternauwernood aan de dood. Hij kreeg malaria tijdens een trip in december 1959 die hij met Anquetil, Hassenforder, Rivière, Anglade en de Italiaan Coppi maakte in het West-Afrikaanse Burkina Faso, dat toen overigens nog Opper-Volta heette. De ziekte openbaarde zich na een criterium in hoofdstad Ouagadougou, gevolgd door een jachtpartij. Het was de trip waarin Coppi eveneens door malaria werd getroffen. In tegenstelling tot Geminiani overleefde Fausto de ziekte niet. Terug in Italië stierf de ‘campionissimo’ op 40-jarige leeftijd, 2 januari 1960. Geminiani reed tijdens zijn carrière weliswaar altijd voor Franse ploegen, maar één seizoen had hij toch ook deel uit gemaakt van de fameuze Bianchi-formatie, het Italiaanse team dat destijds volledig rond Coppi was gebouwd. Buiten de koers konden de twee het óók goed met elkaar vinden. Logisch, dat de dood van zijn collega een enorme impact op Raphaël had.

In 2000 bezocht Geminiani nog de Tour of Burkina Faso.
FOTO: THEO BUITING

Nadat hij in 1960 zijn laatste wedstrijd had gereden, in een équipe waartoe onder meer Anquetil, Rivière, de Engelsman Robinson, de Belg Brankart, maar ook Nederlanders als Geldermans, De Roo en Maliepaard behoorden, verruilde hij dus de fiets voor een plek achter het stuur van de ploegleidersauto. Als zodanig kreeg hij niet alleen het merendeel van de reeds genoemde renners onder zijn hoede, maar ook Rudi Altig, Stolker, Hugens en Den Hartog. Weer jaren later leidde hij de Fiat-ploeg waartoe Eddy Merckx in de nadagen van diens fabelachtige loopbaan behoorde, net als de Zeeuw Cees Bal..Kortom, het mag nogmaals gezegd worden, de wielersport en Raphaël Geminiani vormden een twee-eenheid, die net zo vanzelfsprekend was als de opeenvolging van de jaargetijden. De band hield daarom ook niet op te bestaan toen hij als commentator of pr-functionaris verder ging. Welbespraakt als hij was, jazeker, bleef hij te midden van andere oude gloriën een figuur waar men niet om heen kon. Letterlijk en figuurlijk.

Alleen de tand des tijds heeft hem tenslotte naar een zorginrichting gebracht. Of hij dáár een uitgebluste indruk begint te maken? Alsjeblief, zeker niet. Geminiani blijft de strijder die niet zonder de wielrennerij kan. En zonder Tour al helemaal niet. Midden in de corona-crisis wacht hij daarom met evenveel spanning op het startschot als in 1947, het jaar van zijn debuut.

0 0 votes
Artikelbeoordeling
Abonneren
Abonneren op
guest
1 Reactie
oudste
nieuwste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments
Jacques Munnichs
Jacques Munnichs
02-05-2020 14:23

Prachtig om dit verslag terug te lezen , het roept bij mij nog herinneringen op uit die tijd.
Ook Wiel Verheesen was een bekend in die periode .
Limburg had in die tijd een peloton Limburgse aan renners op de weg .