1908: Petit-Breton op herhaling

Henri Desgrange had na het incident met Emile Georget in de rit naar Bayonne tijdens de Tour van 1907 zijn zakken vol van de constructeurs. Emile Gentil, de eigenaar van de Alcyon-fabriek in Neuiily, had hem onder druk gezet en daar hield de eigenzinnige baas van l’Auto niet van. Daarom besloot hij voor 1908 fietswissels tussen renners die voor hetzelfde merk reden te verbieden. Voortaan moest iedereen zijn eigen boontjes doppen. Hulp van mecaniciens of supporters werd verboden. Renners moesten zelf de mankementen aan hun fiets verhelpen en als dat niet kon, mochten ze onderdelen vervangen, maar moesten ze wel de defecte onderdelen in de officiële controleposten aan de jury tonen. Zo ontstonden de bizarre beelden van renners die met gebroken wielen of zelfs hele kaders op hun nek hun weg vervolgden.

Ansichtkaart uitgegeven door Peugeot na de Tourzege van Petit-Breton in 1908.

In de Tour de France van 1908 ging Petit – Breton als groot favoriet van start en dat maakte hij helemaal waar. Als eerste coureur slaagde hij er in twee keer de Tour te winnen. Op de rustdagen verdiende hij er nog wat bij door als columnist voor het populaire sportmagazine La Vie au Grand Air op te treden. De dagboeken van de Tourwinnaar waren bijzondere documenten die barstten van de inside-informatie. Hij zat natuurlijk ‘s avonds aan tafel met de andere Peugeot-renners en hoorde zo wonderlijke verhalen die de dagbladen niet haalden.

De eerste de beste avond in Roubaix was het al raak. Aucouturier, vedette uit de eerste twee Rondes van Frankrijk, vertelde dat hij bij Saint Gratien, dorp aan de rand van Parijs kort na de start in het stikdonker door een automobilist omver werd gereden. Het achterwiel van zijn fiets brak. Hypollite stapte bij de onverlaat in en liet zich terug brengen naar Parijs, naar de hangar van Peugeot waar hij een nieuw wiel kreeg. Hij stapte weer op en reed solo van Parijs naar Roubaix: 272 kilometer! Om zeven uur ‘s avonds was hij aan de finish. Hij had 10 uur en 2 minuten in het zadel gezeten, maar het oponthoud had hem drie uur gekost, zodat hij als 97ste over de finish kwam in 13 uur en 5 minuten. Zijn klassement was gelijk naar de filistijnen. Zo ging het ook met Trousselier, de winnaar van de Tour 1905, die keihard viel en pas als 47ste binnen kwam. Van Houwaert brak zijn stuur en Garrigou een pedaal. Weg waren hun winstkansen gelijk.

George Passerieu zag zijn zoon voor het eerst in het Parc des Princes.
FOTO: ARCHIEF RON COUWENHOVEN

Een dag later werd Francois Faber uitgeschakeld door een paar lekke banden als slachtoffer van spijkerstrooiers en hij verdwaalde toen hij een verkeerde weg inreed. Weer een etmaal later verbijsterde hij iedereen met zijn overwinning in de rit naar Belfort over de Ballon d’Alsace. ‘t Is een kolos,’ schreef Petit-Breton, ‘Hij is 183 centimeter lang en weegt 80 kilogram. Hij rijdt met een reuzenverzet. Normaal gesproken hoort hij bij de eerste gelosten op een helling. Maar vandaag was hij magistraal. Hij kwam zeer snel terug bij de koplopers. Ik had nooit geloofd dat dit mogelijk was als ik het niet zelf gezien had.’


Petit – Breton was zelf ook geen specifieke klimmer. Over zichzelf meldde hij: ‘Ik moet het hebben van mijn ritme. Dat kan ik lang volhouden. Dus ik beantwoord aanvallen op een klim niet, maar blijf mijn eigen tempo rijden. Zo kom ik toch altijd dicht achter de eersten boven.’ Zo was het die dag naar Belfort ook. Hij was er zelfs nog eerder dan Faber, maar die haalde hem in de afdaling in. Samen zetten zij de jacht in op Garrigou die in de afdaling niet erg handig was geweest. ‘Hij was gevallen in de bocht bij Giromagny, waar hij een jaar eerder ook onderuit ging, ‘ meldde Petit Breton.

In de sprint was Faber de sterkste. Petit – Breton werd tweede. De winnaar van 1907 had gelijk een beslissend gat geslagen met de concurrentie. Met 8 punten ging hij aan de leiding van het klassement. Garrigou stond tweede op 26 en de Italiaan Ganna, die voor Alyon reed, was derde met 27 punten. Passerieu (44), Van Hauwaert (45) en Faber (56) konden hun ambities na drie ritten al opbergen. Maar dat nam niet weg dat Petit – Breton zijn dominantie verder uitbouwde. In de vijfde rit naar Grenoble met de col de Porte vlak voor de finish viel hij al in de duisternis aan. In Nantua met nog dik 200 kilometer te gaan had hij met Faber en Passerieu al minuten voorsprong. Op de col de Porte reed Passerieu ze uit het wiel. Hij bleef de hele klim in het zadel, maar Petit – Breton en zwaargewicht Faber moesten een stuk lopen.

‘Ik moest een paar keer van de fiets om weer op adem te komen,’ meldde Petit – Breton zijn lezers en hij onthulde het geheim van Faber. ‘Vlak voor de top haalde hij me in. Hij dook als een gek de bochtige afdaling in die met zijn diepe ravijnen extreem gevaarlijk was. Hij gebruikte een freewheel, waarmee hij met enorme souplesse door de bochten vloog op zijn grote verzet van 5,50 meter. Ik had een doortrapper en een kleiner verzet. Dus ik was niet zo onvoorzichtig hem te volgen.’


Maar de klassementsleider kwam toch maar een minuut na Faber aan de streep, waar Passerieu al negentien minuten eerder als eerste was gearriveerd. En de rest? Die stond niet op de foto: een half uur achter met Garrigou op een kansloze negentiende plek op anderhalf uur! Petit – Breton kwam best door de Alpen. Vierde in Nice, waar Gerbi als wandelaar arriveerde met zijn gebroken fiets op zijn nek en Van Hauwaert de trein naar huis pakte omdat hij ziek was geworden.

Eindsprint in Ville d’Avray bij Parijs. Het regende zo hard dat men de finish verlegde van het Parc des Princes naar de laatste controle. Petit – Breton klopte in de stromende regen Faber.
FOTO: ARCHIEF RON COUWENHOVEN

In Nîmes pakte Petit – Breton zijn tweede ritoverwinning. Hij had weer vroeg aangevallen. ‘Labor – Hutchinson had een prijs uitgeloofd van 350 francs voor de beste klimmer op de Ballon d’Alsace, de col de Porte, de côte de Laffrey en de helling van de Esterel, die deze dag beklommen moest worden. Er werd vroeg aangevallen. De snelheid lag hoog en ik pakte de prijs voor Garrigou en Gerbi.’

Hoewel er 345 kilometer moest worden gereden, zette Petit – Breton de aanval door, terwijl er bij Toulon nog 157 kilometer op de teller stond plus de vlakte van Crau met zijn stoffige wegen en zijn verzengende hitte. In Nîmes klopt hij Gerbi die als enige aan zijn wiel kon blijven. Passerieu kwam behoorlijk chagrijnig over de meet. En Garrigou baalde nog meer. Aan tafel in Hotel du Midi vertelde hij: ‘Ik reed lek bij Toulon en reed 160 kilometer in de achtervolging. En dan word je nog maar zesde…!’ Faber was door de hitte bevangen en was bij Arlés een café ingedoken om bij te komen. Hij had er gelijk maar wat eten besteld.

En Passerieu? Die was op de l ‘Esterel omver gelopen door een idioot, die met de renners mee rende, zodat hij met zijn gezicht in het stof belandde.
Maar zijn stemming sloeg onmiddellijk om toen de maître de l’Hôtel hem een telegram in zijn handen drukte. ‘Ik ben vader geworden,’ riep hij opgetogen naar zijn maten. ‘Van een zoon! Moeder en kind maken het best!’ Een beter bericht kon natuurlijk niet om zijn moraal, die deze dag tot onder in zijn schoenen was gezakt, op te krikken.

In Toulouse werd het klassement herberekend. Voor Petit – Breton maakte het niet veel uit. Hij had 17 punten achter zijn naam. Passerieu stond tweede met 48 punten en Faber rukte met 52 punten op naar de vierde plaats. Hij had een aftrek van liefst zeventien punten gekregen, omdat er in voorgaande ritten zeventien renners voor hem geëindigd waren die later waren afgestapt. De Tour was beslist. Petit Breton zou nog drie ritten winnen. Faber bleef steken op vier maar klom wel naar de tweede plaats in het klassement. Passerieu werd derde. In het Parc des Princes zag hij zijn zoon voor het eerst, want zijn vrouw had de baby mee genomen.

Petit – Breton en Faber na aankomst in het Parc des Princes.
FOTO: ARCHIEF RON COUWENHOVEN

En Petit – Breton? Hij was 25 jaar en de beste wegrenner ter wereld, maar hij zei tegen de verblufte verslaggevers: ‘Als Francois Faber niet zo veel pech had gehad in de tweede rit dan was hij mijn belangrijkste concurrent geworden. Hij zal volgend jaar wel winnen, want ik stop er mee. Ik nodig u uit om over twee weken aanwezig te zijn bij de opening van mijn rijwielzaak in Périgueux!’

0 0 votes
Artikelbeoordeling
Abonneren
Abonneren op
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments