Snel geluk en brute pech

Je hoeft in het leven geen geluk te hebben, als je maar geen pech hebt. Aan dat gezegde moest ik denken toen een paar dagen geleden het filmpje weer eens voorbij kwam waarin de Belg Wilfried Nelissen, de Fransman Jalabert en nog een paar anderen tegen het asfalt smakten in Armentières, aankomstplaats van de openingsetappe in de Tour ’94. Ik stond op een steenworp afstand.

Een agent bij de dranghekken had van een meisje uit het publiek, althans dat vertelde hij, een fototoestel in handen gekregen. Of hij voor haar een kiekje van de massasprint wilde maken? De gevolgen waren desastreus. Amper honderd meter voor de streep botste Nelissen in het zij-aan-zij-gevecht met de winnende Abduojaparov vól tegen de ‘fotograaf’ die te ver naar voren gebogen stond. De Belgische kampioen kwam pas weer bij kennis in het ziekenhuis van het naburige Lille, waar ook Jalabert, de Rus Gontchenkov, de Italiaan Fontanelli en …..Cristophe Gendron, de agent van dienst, opgenomen waren. Gendron moest er herstellen van een beenbreuk. Fontanelli werd zodanig opgelapt dat hij de volgende dag weer kon starten. Maar voor Nelissen en Jalabert was de Tour voorbij. Zij begonnen aan een periode van herstel, die voor Nelissen overigens minder lang duurde dan voor de Fransman. De opgelopen verwondingen waren zwaar. Jalabert had een gebroken oogkas, een versplinterd jukbeen en een verkreukelde schouder. Zijn collega was niet alleen getroffen door kneuzingen over het hele lichaam, hij had tevens een zware hersenschudding.

Laurent Jalabert loopt een gebroken oogkas en een versplinterd jukbeen op en zit onder het bloed op het asfalt na de val in Armentières.
FOTO: RAYMOND KERCKHOFFS

Twee jaar later was Wilfried Nelissen er overigens nog erger aan toe nadat hij in het prille begin van Gent-Wevelgem tegen een houten verkeerspaaltje was geknald. Veel bloedverlies, het scheenbeen op twee plaatsen gebroken, het dijbeen kapot. Voorts een knieschijf die zwaar getroffen was. Kortom, een drama. Ook deze val – die ik eveneens op afstand meemaakte – leek hij niettemin de baas te worden, maar uiteindelijk bleek dat ijdele hoop. De renner uit Wellen, een dorp in de buurt van Tongeren, zou nooit meer de overwinningenfabrikant van vroeger worden. Sterker, Wilfried Nelissen, die in een eerdere jaargang óók nog eens aan de kant had gestaan nadat hij in Kuurne-Brussel-Kuurne een sleutelbeenbreuk opliep, koerste na die fatale Gent-Wevelgem feitelijk richting einde loopbaan. Twee jaar later, hij moest nog 29 worden, was het dan ook fini. Ik kom daar dadelijk op terug. Eerst nog even de Tour de France van 1994.

Eenentwintig ploegen, 189 renners, waren naar Lille komen afzakken, waar de strijd traditiegetrouw met een korte tijdrit begon. Voordat het zover was moest de deelnemerslijst echter op drie plaatsen gewijzigd worden. Maarten den Bakker was in allerijl naar Nederland gedirigeerd in verband met de plotselinge dood van zijn jongere zus. Ploegleider Priem van TVM riep Dag-Otto Lauritzen als vervanger op, maar het kostte de Noor alle moeite om nog op tijd een vlucht naar Frankrijk te krijgen. ‘Ik was bezig het huis te schilderen toen Priem belde,’ vertelde hij ons, de journalisten, luttele uren vóór de start. Ook in de ploeg van Jan Raas moest geïmproviseerd worden. Notabene tijdens de teampresentatie was Fréderic Moncassin, een van de Fransen in dienst van WordPerfect, geblesseerd geraakt. Hij had een gebroken voet opgelopen toen hij, compleet mét fiets, van het podium was gedonderd. Om elf uur dezelfde avond rinkelde bij Leon van Bon de telefoon met de mededeling dat hij als de weerlicht naar Frankrijk moest komen om het rugnummer van Moncassin over te nemen. Intussen had bij Banesto, de Spaanse équipe van veelvoudig winnaar Indurain, ene Gonzales-Arrieta de plek ingenomen van Zarrabeitia. Hij was in het hotel door rugklachten geveld.

Hoe dan ook, de proloog werd een schitterende strijd waaruit Chris Boardman zegevierend tevoorschijn kwam. Ik herinner me ook nog dat twee dagen later (dus één dag na de ramp in Armentières) de etappe naar Boulogne in de sprint door Jean-Paul van Poppel gewonnen werd. Hij maakte deel uit van de Festinaploeg. Daags na het succes van hem ging de Tour verder met een ploegentijdrit …. dóór de Kanaaltunnel, gevolgd door een paar etappes op Britse bodem. Eenmaal teruggekeerd op het vasteland volgden zoals gebruikelijk de vreugde en het verdriet elkaar in snel tempo op. Als journalist vond je het heel gewoon. Toen tenslotte vanuit Disneyland de laatste etappe naar de Champs-Élysées begon zaten 82 van de 189 man die enkele weken eerder aan het karwei waren begonnen al thuis, óók de beide Amerikanen LeMond en Armstrong. In het eindklassement had Indurain ruim vijf minuten voorsprong op Ugrumov, een Rus, die op zijn beurt gevolgd werd door Pantani en de Fransen Leblanc en bergkoning Virenque. Het groen was voor Djamolidine Abduzhaparov, de sprintbom uit Oezbekistan.

Wilfried Nelissen ligt helemaal groggy op de weg na de val in de Tour van 1994.
FOTO: RAYMOND KERCKHOFFS

Toen de overgeblevenen op die juli-zondag Parijs bereikten was Wilfried Nelissen alweer zodanig hersteld dat hij voorzichtig aan een heroptreden kon beginnen. Het was trouwens ook zijn laatste jaar in de ploeg van Peter Post, waarvoor hij sinds 1992 had gereden. Zijn profdebuut in ’91 had hij gemaakt bij het Zwitserse Weinmann onder de hoede van Walter Godefroot. Reeds tóen maakte hij duidelijk dat in hem een echte rittenkaper moest worden gezien. Ongeacht of het Parijs-Nice betrof of de Ronden van Nederland, Luxemburg, Zwitserland, Ierland, of de Vierdaagse van Duinkerken, de Dauphiné Libéré, Ruta del Sol en Ster van Bessèges, overal grossierde hij in etappezeges. Maar óók won hij twee keer achter elkaar de Omloop Het Volk én het Belgisch kampoenschap, alsmede eenmaal de Grote Scheldeprijs. Vier starts in de Tour leverden hem in ’93 één etappezege op, alsook enkele dagen geel en groen. Armentières moest toen nog komen.

De eerdergenoemde Gent-Wevelgem (Nelissen reed toen bij Lotto) maakte niettemin aan alle verdere plannen een einde. Tijdens zijn revalidatie in de Lucaskliniek in Hoensbroek zocht ik hem nog eens op voor een interview. Hij was vol goede moed en hoopte via Palmans, een kleine ploeg, de terugkeer naar het vroegere niveau te kunnen maken. Niet dus. Het bleef bij één schamele overwinning, een kermiskoers in Opstal/Buggenhout, zomer 1997. Een jaar daarna was het einde verhaal. Ook voor een talent als Wilfried Nelissen liep het geluk blijkbaar toch nog iets te snel.

Beelden van de val van o.a. Laurent Jalabert en Wilfried Nelissen in Armentières.
0 0 votes
Artikelbeoordeling
Abonneren
Abonneren op
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments