Doodlopend spoor naar wereldtitel

De Tour van 1981 begon in Nice en ik behoorde voor de zevende keer tot de volgkaravaan. Niet schokkend, dit laatste, maar voor mezelf toch een leuke ervaring. Achttien ploegen, 180 renners, aan het vertrek. Rugnummer één was voor Joop Zoetemelk, de winnaar van een jaar eerder. Ook tweevoudig triomfator Bernard Hinault, die in ’80 als een dief in de nacht uit la Grande Boucle was verdwenen met knieperikelen, tekende present. Andere oud-winnaars als Bernard Thévenet en Lucien van Impe deden dat eveneens, net als ex-wereldkampioen Freddy Maertens, die overigens op een doodlopend spoor terechtgekomen leek te zijn.

Weinigen in de karavaan (en ver daarbuiten) zagen nog iets in de bejubelde zegekoning van weleer. Maar uitgerekend de 29-jarige West-Vlaming herrees als wijlen de heer Lazarus. Freddy won vijf (!) ritten en de groene trui. Een paar weken later werd hij in Praag ook nog voor de tweede keer na zijn zege in Ostuni wereldkampioen. De sensatie was compleet. Daarna verdween hij echter weer in de anonimiteit. Ik kom daar dadelijk op terug. Eerst nog even de Tour van 1981.

Freddy Maertens werd twee maal wereldkampioen.

Belangrijkste afwezige in het Nederlandse contingent was Jan Raas. De Zeeuw kampte met de naweeën van een blessure. Leo van Vliet was evenmin van de partij. De Westlander had …. de fiets aan de kant gezet, een rustperiode die overigens na enkele maanden in een succesvolle comeback resulteerde..Bert Oosterbosch deed dit laatste eveneens, echter na in de dagen vóór de Tour wél zijn contract bij de ploeg van Peter Post te hebben laten ontbinden. Hoe dan ook, zonder Raas, Van Vliet en Oosterbosch had Post behoorlijk moeten puzzelen om zijn team op oorlogssterkte te krijgen, ook al omdat te elfder ure de afmelding van Jo Maas een feit werd. De Limburger (twee jaar eerder nog etappewinnaar in Brussel en zevende in de eindstand) voelde zich fysiek én mentaal niet in staat aan de rondrit te beginnen. Cees Priem werd zijn vervanger. Bovendien had Post een huurling aangetrokken, de Zwitser Urs Freuler, die slechts tot de Alpen hoefde mee te gaan. Daarna kon hij zich focussen op de baan-wereldkampioenschappen in Brno, enkele weken later.

TI Raleigh, kortom, ging behalve met de Helveet en de Belgen Ludo Peeters en Frank Hoste de strijd in met zeven Nederlanders: Zoetemelk, Knetemann, Van der Velde, Lubberding, Van den Hoek, Priem en debutant Ad Wijnands. De andere landgenoten (Kuiper, Stamsnijder, Broers, Jonkers, Frits Pirard, Jan en Adrie van Houwelingen, Theo de Rooy en Peter Winnen, die net als Wijnands aan zijn eerste Tour begon) hadden buitenlandse werkgevers.

Aan successen geen gebrek. Naast overwinningen van Raleigh in de beide ploegentijdritten tijdens de eerste vijf koersdagen (plus gele truien voor Knetemann) kon Van der Velde in Martigues als winnaar van de etappe gehuldigd worden, een prestatie die hij weken later in Fontenay-sous-Bois herhaalde. Ook Ad Wijnands snelde tweemaal naar winst en de andere Limburger, Peter Winnen, reed op Alpe d’Huez naar een fantastische zege. Het vaderland had alle reden om te genieten, al kon Zoetemelk geen moment de allesoverheersende Hinault bedreigen. De Breton won tenslotte met royale voorsprong op Van Impe, Alban, Zoetemelk en Winnen, die nummer één werd in het jongerenklassement. Onder meer Wijnands ging – mede door een val in de kasseienrit naar Roubaix – na twee weken naar huis. Freuler deed (‘volgens afspraak’) hetzelfde, maar de Zwitser had – net als Maastrichtse Ad – wél aan de verwachtingen voldaan. Hij had de zevende etappe Pau-Bordeaux gewonnen.

Te midden van dit alles stond niettemin Freddy Maertens volop in de schijnwerpers. Nog voordat het peloton halverwege de Tour een paar ritten in zijn vaderland afwerkte had iedereen al verbaasd naar zijn wederopstanding gekeken. Behalve in de rit Nice-Nice (daags na de proloog) wist hij namelijk in Martigues-Narbonne het hele veld zijn wil op te leggen. Trouwens, als Eddy Planckaert hem in het tweede deel van de twaalfde etappe Brussel-Zolder niet te snel af was geweest zou hij zelfs voor een hattrick op de Belgische wegen hebben gezorgd. Namelijk zowel de ochtendrit Roubaix-Brussel, alsook de dertiende etappe een dag later, Beringen-Hasselt, eiste hij op. Allicht dat hij fluitend in het vliegtuig naar Mulhouse stapte vanwaar het peloton met een individuele tijdrit en de Alpenetappes in het verschiet de strijd voortzette. Net als in de Pyreneeën bleef Maertens overeind. Toen tenslotte op de Champs-Elysées de laatste dagprijzen verdeeld werden gaf hij opnieuw iedereen het nakijken. Precies eender als in 1976 (8 etappezeges) en ’78 (2 dagprijzen) was dus ook de groene trui voor hem. Misschien zou dat in ’77 eveneens gelukt zijn, maar een zware val in Mugello tijdens de Ronde van Italië – hij had daar toen al zeven etappe-overwinningen op zijn naam staan – schakelde hem geruime tijd uit.

In de kleuren van Boule d’Or won Maertens in 1981 vijf Tour-ritten en het WK op de weg.

Overigens, de gecompliceerde polsbreuk in de Giro kon niet als enige reden gezien worden voor de latere terugval. De verhalen over zijn leefwijze en verzorging kwamen echt niet allemaal uit de lucht vallen. Maar op het parcours van Strahov in Praag – luttele weken na zijn herrijzenis in de Tour – werd hij toch maar mooi wereldkampioen. Ik zie het nóg gebeuren. Een groep van ruim dertig man – er waren 112 vertrekkers – moest voor hem buigen, inclusief Van der Velde, De Rooy, Zoetemelk en acht (!) Italianen. Op het erepodium werd hij geflankeerd door Saronni en Hinault. ‘De sensationeelste massasprint van het jaar,’ belde ik naar de krant over de ontknoping in de Tsjechische hoofdstad.

Freddy Maertens koerste daarna nog een jaar of zes, maar zo hoog als hij in 1981 geklommen was, zo snel ging het ook bergafwaarts. De zegekoning van weleer – die ooit zijn eindtriomf in de Ronde van Spanje glans had gegeven met … dertien (!) etappe-overwinningen – sleet zijn laatste rennersjaren in kleine ploegen. Veel deining, weinig uitslagen. Toen het doek tenslotte was gevallen kwam ik hem nog wel eens tegen in het wielermuseum van Roeselare of het Ronde van Vlaanderen-centrum in Oudenaarde, waar hij rondleidingen verzorgde. De gesprekken waren altijd hartelijk. Freddy Maertens was een gelukkig man. Hij (68) geniet nu in geboortedorp Lombardsijde, aan de kust bij Nieuwpoort, van zijn oude dag.

4 1 vote
Artikelbeoordeling
Abonneren
Abonneren op
guest
1 Reactie
oudste
nieuwste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments
Jos de Gruiter
Jos de Gruiter
06-07-2020 10:52

Voor de geïnteresseerde: in 1988 interviewde ik Freddy Maertens thuis, in Rumbeke/Roeselaere. Het werd een bijzonder gesprek, de weergave ervan werd geplaatst in ‘Wielrennen Internationaal’ een tijdschrift dat geen lang leven was beschoren. Het verhaal staat nog op mijn website (naar beneden scrollen) https://josdegruiter.eu/over/