Terug naar een legendarisch col

Het peloton trok vandaag over de col de Porte in de Chartreuse. Een legendarische berg, want hier reden de Tourrenners in 1907 voor het eerst over een Alpencol. Toen een monster van 1326 meter hoog met een onverhard geitenpad naar de top. Nu voorzien van een geasfalteerde boulevard, maar nog steeds een beklimming van alles bij elkaar zo’n 19 kilometer. Pierre Rolland arriveerde als eerste op top op een dag waarop de klassementstoppers er een ‘vakantieritje’ van maakten. Dus is er alle gelegenheid om even een duik in het verre verleden te nemen. Naar de dag waarop Emiel Georget als eerste renner ooit over de top kwam. De brief gaat uiteraard naar zijn opvolger van vandaag: Pierre Rolland, 33 jaar, Fransman en al aan zijn elfde Tour bezig.

Pierre Roland in actie op de klim naar Villard de Lans in de Tour de France 2020. FOTO: RAYMOND KERCKHOFFS

Beste Pierre,

Het zat er natuurlijk dik in dat dit een dag zonder geschiedenis ging worden. Primoz Roglic had er geen enkel belang bij om nog eens met Tadej Pogacar in de slag te gaan in de bonificatiespurts bij Saint Nizier en op de streep in Villard de Lans. Het logische gevolg was een grote uittocht van de kanslozen die op deze dinsdag de gelegenheid aanpakten om een verloren Tour nog wat op te frissen. Mooi trouwens dat Lennard Kämna dat voorkwam. Hij leverde al een paar knalprestaties in deze ronde en ronde nu een meer dan 20 kilometer lange solo winnend af. Ik vond het erg verdiend.

Maar wat ik ook mooi vond was jouw sprong naar voren. De open deuractie van de Jumbo-Visma ploeg was al in volle gang toen jij je op gang trok. De achterstand op een grote groep koplopers vol renners met reputatie was al een minuut. De eerste veertig kilometers zaten er net op. Tempo dik 47 kilometer per uur. Dus het was geen kwestie van lanterfanten, maar achter jullie viel het peloton stil en dat bleef zo. Tiesj Benoot en zijn ploegmaat Casper Pedersen zagen er ook wel wat in en sloten aan en met deze Sunweb-tandem op kop werd het gat gratis voor je gedicht.

Lennard Kamna op weg naar zijn verdiende ritzege in de Tour de France.
FOTO: RAYMOND KERCKHOFFS

Jouw bedoelingen werden snel duidelijk. Doel was het bergklassement dat zonder enige tegenstand van betekenis al twee weken wordt beheerst door Benoit Cosnefroy. Je stond tien punten achter en op de top van de col de Porte en de Revel lagen er telkens vijf. ‘Die zijn voor mij,’ moet je gedacht hebben en dat werden ze ook, zodat je nu gelijk met Cosnefroy staat. Het was eigenlijk een fluitje van een cent. Niemand had interesse in de punten. Het tempo op de col de Porte kon door iedereen gevolgd worden. Je sprong een kilometer voor de top weg en liet je in de afdaling weer inlopen. De col de Porte was allang geen scherprechter meer in het parkoers van de Tour de France.

Benoit Cosnefroy nog altijd in de bolletjestrui.
FOTO: RAYMOND KERCKHOFFS

Maar hoe was dat in 1907 toen het peloton zich hier voor het eerst omhoog hees? Henri Desgrange, de eerste baas van de Ronde, zat er met zijn neus bovenop en registreerde de iconische beklimming. Het was die dag snikheet. Net als vandaag. Waar was in hemelsnaam het einde van deze moordende klim. ‘Arme, kleine Garrigou,’ schreef Henri Desgrange, ‘Hij leek me te frêle voor dit loodzware werk. Hij keek om en zag honderd meter achter zich de enorme Faber die met zijn donkere profiel fel afstak tegen het groen van de vallei.

‘Garrigou was één van de vedetten van het Franse wielrennen en aan het eind van zijn krachten. ‘Hij wankelde, draaide twee keer als een dronkenman om zijn as en viel in de berm,’ noteerde de Tourdirecteur. Daar lag de Parijzenaar. Zijn armen wijd uitgestrekt als een christusfiguur. Francois Faber vocht zich terug in het wiel van Emile Georget. Zij-aan-zij klommen ze in de slopende hitte over de onverharde weg naar de top die ogenschijnlijk maar niet dichterbij kwam.

Georget en Petit-Breton, de hoofdrolspelers in de Tour van 1907, na aankomst in de rit naar Nice, waar Georget Petit-Breton klopte in de sprint.
FOTO: ARCHIEF RON COUWENHOVEN

Bij de Pont des Cottaves, maar drie kilometer voor de afdaling, keken ze elkaar aan. Ze stopten aan de kant van de weg en liepen naar een bron, waar ze het koele water lang opslurpten in hun uitgedroogde lijven. Ze liepen een stukje, maar stapten weer op hun fiets en reden met een tempo van 25 kilometer per uur de laatste 2000 meter. Desgrange kon ze met zijn auto niet bijhouden!

Als schichten doken de twee de diepte in. Op weg naar de lokkende meet in Grenoble. Georget had een freewheel, maar Faber moest het met een doortrapper doen. Zijn benen konden in de steile afdaling het ritme van de pedalen niet volgen. Hij zette zijn voeten op de voetsteunen aan de voorvork van zijn fiets en kon natuurlijk het tempo van Georget niet volgen. Hij verloor drie minuten, maar werd nog wel tweede. Garrigou daalde op dezelfde manier als Faber. De weinige volgers konden hun ogen niet geloven toen hij met een vaart van vijftig per uur door de bochten schoot en uit het zicht verdween. De voeten op de steunen!

Afdalen met de voeten op voetsteunen was in 1907 heel gewoon. Op de foto Georget op kop met een freewheel in gevecht met Petit-Breton, die met een doortrapper moet dalen op de helling van de Esterel aan de Côte d’Azur.
FOTO: ARCHIEF RON COUWENHOVEN

Alphons Steinès, rechterhand van Desgrange, koerscommissaris en verslaggever bij L’Auto, de krant die voor de organisatie tekende, had wel wat vragen voor Georget die eerst even in café de la Paix in bad ging. Steinès meldde dat hij de held van de dag al een paar keer eerder had geïnterviewd, maar dat de winnaar van de vijfde etappe brutaal tegen hem had gezegd, nadat hij hem om commentaar op de gebeurtenissen had gevraagd: ‘Echt niet, beste meneer, ik heb integendeel een paar vragen voor u!’

Emile kende het klappen van de zweep en wist welke vragen er op hem zouden worden afgevuurd. Hij had er even geen trek in en zei: ‘Wat denkt u van deze koers en hoe voelde u zichzelf aan boord van uw voiture? Waren de hellingen zwaar? De zon heet? Heeft u net als wij gegeten in de controleposten? Heeft u alle voorschriften van het koersreglement nageleefd? Dat zijn allemaal zaken die wel wat interessanter zijn dan ik te vertellen heb!’

En weg was hij. Hij was tevreden, maar had even genoeg van de mannen die elf uur en zeventien minuten lang in hun comfortabele automobielen in zijn spoor hadden gereden.

Nou Pierre, zo ging dat in 1907. Er is sinds die dag natuurlijk van alles en nog wat veranderd. Het koerssysteem al helemaal. Het individualisme is verdwenen. Ploegenspel beheerst de bewegingen van het peloton. Toch zagen we vandaag nog een paar opmerkelijke zaken. Wout van Aert werd 26 jaar en vierde zijn verjaardag met een demonstratie in de afdaling van de col de Porte, waarin hij een topsnelheid van meer dan 91 kilometer (!) bereikte.

Julian Alaphilippe en Simon Geschke in de lange ontsnapping in de rit naar Villard de Lans.
FOTO: RAYMOND KERCKHOFFS

En dan was er nog Julian Alaphillipe die bezig is met zijn merkwaardigste Tour ooit. Hij was mee in de kopgroep en was er nog steeds bij toen op de Montée de Saint Nizier vijf man voorop kwamen. Carapaz sprong weg. Alaphilippe dichtte het gat naar de Equadoriaanse Giro-winnaar als een bliksemschicht en moest gelijk weer loslaten. Gelost als een postduif. Hij geeft mij steeds de indruk dat hij elk ogenblik kan afstappen bij een boulangerie om een stokbrood te kopen, zijn Alpinopet op te zetten en als het prototype van een Fransman op zondag om dan naar zijn aardige vrouwtje – in dit geval de ex van zijn collega Tony Gallopin – te fietsen. Met koersen heeft het in elk geval niet veel te maken waar hij momenteel mee bezig is.

Het drama voor Bernal was ook nog niet voorbij. De Tourwinnaar van vorig jaar arriveerde in de bus: 127ste op 27 minuten en 27 seconden. Wat is er loos met de stralende kampioen van 2019 voor wie de hoogste cols toen niet meer dan vluchtheuvels leken, maar die nu niet meer dan een brok hopeloze ellende is die met zijn tong uit zijn mond in het spoor van sprinters als Caleb Ewan, André Greipel en Elia Viviani over de bergen trekt? En dat met die irritante bezemwagen in de rug.

Nou, ik weet het niet Pierre. Maar één ding weet ik wel. Woensdag wordt er gekoerst op de col de la Madeleine en de col de la Loze met zijn finish op meer dan 2300 meter. Dan zal het voor jou een heksentoer worden om die bolletjestrui toch te pakken. Op de helling van Saint Nizier werd je gelost. Er kwam geen puntje meer bij en aan de streep lag je dertiende en vijf minuten achter Kämna. Maar op de col de Porte vervulde je nog even een glansrol. Voor mij is het een magische berg. De eerste ooit in de Alpen. Dus het lijkt mij mooi als je daar alleen vooruit over kan rijden. En dat deed je vandaag. Chapeau!

0 0 vote
Artikelbeoordeling
Abonneren
Abonneren op
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments