Mollema sterk op raadselachtige dag

Twee dagen lang reed hij vrijwel onzichtbaar mee in het peloton, maar in de spurt voor plek vier op de Promenade des Anglais in Nice was hij er ineens weer: Bauke Mollema, zesde in de tweede rit van de Tour. Van Nice naar Nice via een omweg van 186 kilometer door het betoverende landschap achter de stad. Stralend stond hij aan de finish. Alsof hij net van de supermarkt kwam. Dus de brief gaat naar Bauke.

Beste Bauke,

Er waren mensen die zich al afvroegen of jij eigenlijk zaterdag wel van start was gegaan. Bauke Mollema zat verstopt in het peloton en liet zich niet zien. Niet bij de talloze valpartijen. Wat dus heel goed was. Niet in het strijdgewoel aan het einde van de eerste rit op de Promenade des Anglais en ook niet op de eerste cols van deze Tour. Dat liet je allemaal over aan mannen die vonden dat ze zich moesten tonen. Jij zat je lekker te sparen tussen de wielen. Met inmiddels negen rondes op zak wist je donders goed wat jou te doen stond: het werk overlaten aan anderen. Er komen nog zware dagen genoeg. Maar met dat sprintje voor de vierde plaats toonde je achter Greg van Avermaet en Sergio Higuita even aan dat het met Bauke Mollema wel goed zit. Dus ik reken op je als het echte werk in de cols er aankomt.

Met een zesde plek over zijn ‘thuisparcours’ bewijst Bauke Mollema klaar te zijn voor deze Tour.
FOTO: RAYMOND KERCKHOFFS

Heel wat fans hadden hoge verwachtingen van deze eerste dag in de bergen, maar ik niet. Het parkoers leende zich gewoon niet voor een offensief van de klassementsmannen. Twee cols in de eerste honderd kilometer. Een vijftig kilometer lange afdaling naar de voet van de Col d’Èze, die met zijn 490 meter ook niet de scherprechter was waar de grote klimmers op zitten te wachten. Dus het werd een dag voor een man als Julian Alaphilippe en dat werd het ook. Aan de streep won hij, omdat Marc Hirschi hem in zijn jeugdige overmoed op 200 meter van de streep twee, drie meter ruimte gaf. De Zwitser reed de rapste spurt, maar kwam toch een wiel tekort op de meet. Dus de kopman van Deceuninck-QuickStep klauterde het podium op om een gele trui af te halen.

Deze rit werd een lange eentonige dag, waarin tempo rijden het parool was. Het was ook een dag, waarop het peloton zijn wonden moest likken van de chaos-etappe op dag één. Liefst 35 man werden in valpartijen geregistreerd, maar het waren er veel meer. Iedereen had de mond vol over veiligheid, maar niemand had het over bescherming van de gezondheid van de coureurs. Ga maar na: Philippe Gilbert werd met een gebroken knieschijf weer op de fiets gezet! Rafael Valls bereikte de meet met een gebroken dijbeen! Wout Poels kwam met een gebroken rib en een gekraakte long in Nice terug. John Degenkolb fietste een halve dag met één been trappend, omdat zijn knie bij een val was opgezwollen als een ballon. Toen hij de Promenade des Anglais op reed zat de jury al aan de borrel. Te laat! Het hek van de Tour was definitief gesloten voor de Duitser.

Alexander Kristoff laat zijn ploeg in het begin de koers controleren, maar weet eigenlijk al dat het verdedigen van het geel op dit bergachtige terrein onmogelijk is.
FOTO: ALEX BROADWAY / ASO

En wat zagen we nog meer op deze tweede dag. Dan Martin, kopman van Israel Start Up verloor zeventien minuten en alle illusies. Hij verliet twee weken geleden de Dauphiné na een val in de tweede rit met een gebroken heiligbeen. De doktoren vonden dat hij toch wel in de zwaarste koers ter wereld kon starten. David Gaudu, de rechterhand van Thibaut Pinot, rijdt ook met zo’n blessure rond. De dokter spoot ijs op zijn achterste en daar ging de Fransman weer. Hij kwam nog ruim op tijd binnen ook. Maximilian Schachmann werd door Bora-Hansgrohe ingeschreven, terwijl zijn gebroken sleutelbeen nog niet genezen is. Hij verrichtte een wonder en kwam als negende over de streep in rit nummer twee.

Peter Sagan gaat vroeg in de aanval voor de ‘groene’ punten bij een tussensprint.
FOTO: ALEX BROADWAY / ASO

Nou Bauke, we zagen vandaag wat je kon verwachten. Peter Sagan die de eerste tussensprint wilde winnen in zijn jacht op nog meer groen. Matteo Trentin, die dat wist, en met hem mee sprong in de eerste kilometers, omdat hij zichzelf ook nog wel wat kansen op het puntenklassement geeft. En Benoît Cosnefroy, de aanvaller van zaterdag, die voor de bollentrui ging en die ook pakte. En daar achter? Daar waren we getuige van raadselachtige taferelen. Alexander Kristoff’s ploeg verdedigde zijn gele trui, waarvan hij voor de start al wist dat hij hem kwijt zou raken. De Noor finishte op bijna een half uur, maar zijn team bepaalde toch vele tientallen kilometers het tempo in het peloton.

En dat was niet mis. Ga maar na: de start was op zeeniveau en na 63 kilometer lag de top van de Col de la Colmane op 1500 meter hoogte. Ruim veertig kilometer voornamelijk vals plat lag er voor de voet van de berg, waarvan de beklimming ruim zestien kilometer lang was. Toch lag het tempo in het eerste uur op niet minder dan 45,4 kilometer per uur! Dat moest wel slachtoffers opleveren en die kwamen er dan ook. De maten van Kristoff staakten hun wild geraas pas vier, vijf kilometer onder de top van de Col de Turini toen de dikke dijen van de Noor verder dienst weigerden. In Pra d’Alart, drie kilometer onder de 1607 meter hoge top, lag hij al op twee minuten.

Jumbo-Visma neemt met Robert Gesink wel erg actief het heft in handen.
FOTO: ALEX BROADWAY / ASO

Daarna waren we getuige van de overmoed van Jumbo – Visma. Natuurlijk, in de duizelingwekkende afdaling van de Col de Turini was het logisch dat ze op kop reden. Daar was het beste zicht op de ontelbare bochten. Maar waarom bleven ze de koers controleren toen ze de Col d’Èze over moesten? Daar was toch geen enkele reden voor. Het plan was wellicht om Wout van Aert in pole-position naar de streep te brengen. Maar het rondje Nice en de tweede beklimming van de Col des Quatre Chemins, halverwege de Col d’Èze, was er te veel aan. Robert Gesink bepaalde het hoge tempo, maar vier kilometer voor de top staakte hij zijn dwaze inspanning, die hij veel beter hoger op de helling had kunnen inzetten. Van Aert wist wat hem te doen stond: op het wiel van Julian Alaphilippe. Maar toen de verwachte aanval van de Franse publiekslieveling kwam, kon de Belg niet reageren. Op het moment dat hij even later stopte om de gevallen Tom Dumoulin te helpen, was hij volgens mij al niet meer in orde. Hij kon ook niet meer terugkomen toen Dumoulin weer op de fiets zat. Dat was natuurlijk ook niet meer nodig, omdat hij al wist dat hij de rit niet meer kon winnen.

Julian Alaphilippe gaat in de aanval en als eerste sluit verrassend de 22-jarige Marc Hirschi in zijn wiel.
FOTO: ALEX BROADWAY / ASO

Tom Dumoulin had de pech dat hij een kilometer verder dan de plek waar Alaphilippe zijn duivels ontbond tot overmaat van ramp onderuit werd gereden door Michael Kwiatkowski. De Limburger stuiterde hard over het asfalt, maar liep gelukkig geen blessure op. Hij toonde zijn vorm door razendsnel het gat weer te dichten, terwijl de slag om de dagzege in volle gang was. En hij kon er nog om lachen ook! ,,Voor ons was dit niet het weekend om al uit te pakken, dat hoefde niet”, vertelde hij voorbij de streep.

Links op de foto valt Tom Dumoulin op de weg, terwijl Michael Kwiatkowski zich al omdraait om zich te excuseren.

Hirschi maakte het onmogelijke waar en dichtte het gat. Adam Yates toonde zijn topvorm ook met een prachtige sprong naar het front. En waar waren de Jumbo’s die zich uren hadden uitgesloofd op kop van het peloton? Van Aert kon dus niet meer in het front en verloor later dus de aansluiting omdat hij trouw bij zijn kopman bleef. Sepp Kuss gelost. George Bennett gelost en Gesink in de reserve-stand. Juist op het moment dat er echt gekoerst was, nam Ineos – Grenadiers het initiatief aan kop van het eerste peloton over. Alles bij elkaar was dit een rit voor Jumbo om even achter de oren te krabben. Er werd geen slag op het allerhoogste niveau geleverd en toch zaten de twee kopmannen op 20 kilometer van de streep geïsoleerd.

Was het een dag zonder historie? Zonder strijd? Dat zeker niet. Er kwamen maar 35 renners samen aan de finish. Het grote demasqué was volop aan de gang: Domenico Pozzovivo, gewond aan been en heup, verloor 1 min. 16 sec. Net als George Bennett. Fabio Aru zat op twee minuten. Ilnur Zakarin en Warren Barguil op 4.25. Dan Martin en Tejay van Garderen op 17 minuten en 45 seconden. Matej Mohoric op 20 minuten. Wout Poels en Pavel Sivakov op 25 minuten en meer. Weg waren de illusies die al die mannen zaterdagochtend nog hadden. Maar voor jou gold dat niet Bauke. Voor jou werd het een dag die bevestigde, wat je zelf vermoedelijk al wist: het zit wel snor met de vorm.

3.4 12 votes
Artikelbeoordeling
Abonneren
Abonneren op
guest
1 Reactie
oudste
nieuwste meest gestemd
Inline Feedbacks
View all comments
rob pelt
rob pelt
30-08-2020 22:31

Ron: fantastische analyse alweer met complimenten voor één van onze beste wielrenners ooit, ONZE Bauke uit Groningen/ Monaco👏👏